Het geheim zit in de bodem

 

De zavelige klei van de Wielewaal heeft voor- en nadelen. Hier lees je hoe je de nadelen zoveel mogelijk beperkt.

TIP 1 – Druk de klei zo min mogelijk aan

– Maak een tuinindeling met vaste paden tussen de bedden.

– Maak de bedden zo smal dat je makkelijk bij het midden kunt. (Hoe breed dat is, hangt af van je (arm)lengte. Ik vind bijvoorbeeld een bed van 120 handig, dan hoef ik niet te ver te reiken)

– Loop alleen op de paden en bewerk de grond vanaf hier. Mocht het voor zaaien en oogsten nodig zijn om IN het bed te zijn, gebruik dan een plank om je gewicht op te vangen.

TIP 2 – Maak je bedden zo hoog als je kan

Vanwege het kwelwater van de rivier is de grondwaterstand soms erg hoog. Vorig jaar hebben we gezien dat dat zelfs in de zomer kan gebeuren. Een paar centimeter maakt dan het verschil tussen waden en rotten  of zaaien en oogsten.

– Haal geen grond weg van je tuintje. Als je veel gras/onkruid hebt, leg dat op je eigen tuin op de kop op een hoop of richel. Als het gras verteerd is, kun je de grond weer verspreiden. Alleen wortelonkruiden verwijderen.

– Verhoog je bedden evt met mollenaarde. Er ligt ook nog een berg klei bij het hoofdpad ter hoogte van het huis. Neem hier gerust van.

– Breng compost op en/of stalmest, waarbij je rekening houdt met wat je wilt telen.

TIP 3 – Bescherm de grond tegen uitdrogen en dichtslaan

Harde regen kan de bovenlaag van de klei dichtslaan en/of een slurrie veranderen die daarna opdroogt als een soort hard glazuur. Planten voorkomen dit, of een laag organisch materiaal.

– In de winter kun je je bedden bedekken met mest, boomblad, stro, compost, oogstafval, koffieprut, of desnoods bruin karton met een tegel erop. (nog een voordeel: waar het donker is kiemt geen onkruid)

– In de zomer kun je ook organisch materiaal/stro tussen je planten leggen, maar dit kan wel een bron van slakken zijn. Een beetje uitproberen, hangt ook af van het weer.

– Houd je tuin dicht beplant. Zaai eventueel groenbemesters als nateelt.

TIP 4 – Nog eens: houd de zaak vooral luchtig

– Zaai/poot ook nu en dan diepwortelende gewassen. Aardappelen helpen bijvoorbeeld (max eens in de 4 jaar op dezelfde plek), of pastinaken en andere wortels.

– Gebruik de woelvork (zie uitleg: grelinette) om de grond te beluchten. Door de grond niet te keren zoals bij het traditionele spitten of frezen, blijven behulpzame micro-organismen op de juiste laag in de bodem zitten. Dit komt de doorlaatbaarheid van de grond ook ten goede. En het is na het loswoelen makkelijker om onkruid weg te halen.

– Gesteentemeel zoals van basalt of lava zou de structuur van de klei verbeteren. Hiermee doen we dit jaar een proef, verslag volgt.